De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder

Woordvoerder Marc Vandeput sprak de nieuwe provincieraad toe

maandag, 03 december 2012

Namens mij en mijn collega’s van de deputatie, houd ik eraan u van harte te danken voor het gestelde vertrouwen.

Het is een traditie dat tijdens de installatievergadering van de nieuwe provincieraad de pas geïnstalleerde deputatie zich tot deze raad richt.

De “anciens” in deze raad weten dat de nieuwe deputatie steeds aantreedt met een begroting die door de vorige deputatie is opgesteld en dat de nieuwe beleidsinzichten in de eerste budgetwijziging, die in maart of april volgend jaar aan de raad wordt voorgesteld, worden vertaald. Dit is nu niet anders en de technische begroting 2013, die veertien dagen geleden door de provincieraad is goedgekeurd, beschouwen wij als een vorm van budgettaire erfenis van de vorige bestuursploeg.

Wij zijn de uittredende bestuursploeg dank verschuldigd. De goedgekeurde begroting 2013 getuigt immers van een strikt en verantwoord financieel beleid dat de voorbije jaren is gevoerd. De provinciale reserve bedraagt hierdoor 90 miljoen euro waarvan 40 miljoen euro dient te worden aangehouden als financiële liquiditeitsbuffer zodat 50 miljoen euro beschikbaar is.

De deputatie opteert zeer uitdrukkelijk voor de continuering van deze budgettaire orthodoxie. Dit impliceert a priori dat de komende jaren geen belastingsverhoging zal worden voorgesteld. Deze deputatie kiest resoluut voor de vrijwaring van de koopkracht van de gezinnen en wenst geen bijkomende fiscale druk voor de ondernemers te creëren. Wij zullen echter de orthodoxie moeten combineren met de nodige budgettaire creativiteit tengevolge van een stijging van de personeels- en pensioenlasten, een verwachte minderopbrengst van de Infrax-dividenden veroorzaakt door de federale belastingen en de onzekere renteverwachtingen. Hier bovenop dient nog eens de vermindering van de ontvangsten uit het Provinciefonds tengevolge van de zogenaamde verevening, voortvloeiend uit de interne staatshervorming, te worden gerekend. En het moet gezegd dat de voorbije jaren additionele budgettaire ruimte dankzij LSM en de Europese programma’s is gegenereerd.

Het is evident dat dit precair budgettair kader tot een strikt en doelmatig personeelsbeleid noodzaakt. Niet alleen zal elke eurocent driemaal moeten worden omgedraaid, ook het personeelskader moet streng worden bewaakt. Wij hebben van u, mijnheer de gouverneur, in uw beschouwing met als titel "Behouden door verandering", reeds een schot voor de boeg terzake gekregen. De collega’s bevoegd voor financiën en personeel zijn dus bij het begin van de nieuwe legislatuur al duidelijk "gechallenged".

De komende weken en maanden zullen wij deze krachtlijnen vertalen in de legislatuurnota die de bestuurlijke ambitie van de deputatie zal vertolken en later zijn uitvoering zal krijgen in de opeenvolgende beleidsverklaringen. Hierbij wordt vanaf 1 januari 2014 de beheers- en beleidscyclus geïntroduceerd als een nieuw management- en rapporteringsinstrument.

De 39 neofieten in deze raad zullen dus nog even geduld moeten hebben. Dit brengt mij erbij om alle provincieraadsleden van harte te feliciteren met de eedaflegging. Uit honderden kandidaten bent u verkozen tot provincieraadslid en u heeft de komende zes jaar het voorrecht van uw partij en vooral van de Limburgse bevolking gekregen om mee te werken aan de toekomst van onze provincie. U mag deze opdracht niet onderschatten. Deze legislatuur is wellicht één van de meest cruciale uit de Limburgse geschiedenis.

Dit wordt treffend vertolkt in de column van een bekend Limburgse hoofdredacteur, en wij citeren:

“De nieuwe deputatie staat voor een dubbel moeilijke uitdaging. Ze zal mee een belangrijke rol moeten spelen bij de vernieuwing en versterking van het economisch weefsel van onze provincie na de aankondiging van de sluiting van Ford Genk. En ze zal door zich een nieuwe rol van dienstverlener aan te meten, voor de Vlaamse regering, moeten bewijzen dat het provinciaal niveau wel degelijk nog zin heeft.”

Wij onderschrijven dit. Doch laat ons duidelijk wezen: wij voeren geen beleid om Vlaanderen of om welk bestuurlijk niveau dan ook te plezieren. En de provinciebesturen zijn ook niet met zichzelf bezig, zoals tijdens de verkiezingsperiode soms ten onrechte is geuit. Integendeel: dit bestuur en het provinciaal beleid moet zich dienstbaar en herkenbaar opstellen ten aanzien van de Limburgers en de ondernemingen. En laat er geen twijfel over bestaan:

“Limburg is nodig. Meer dan ooit. Wie in Limburg klakkeloos stelt dat de provincie maar moet worden afgeschaft, dwaalt.”

Dit betekent echter geenszins dat wij op automatische piloot verder kunnen besturen. Integendeel. De interne staatshervorming noodzaakt immers tot een kritische zelfreflectie die moet leiden tot een nieuw bestuurlijk strategisch profiel. Wij zijn dan ook loyaal ten aanzien van de Vlaamse Regering in de uitvoering van de Interne Staatshervorming en zijn een constructieve partner bij de opmaak van de bestuursakkoorden in de persoonsgebonden materies. De komende maanden worden cruciaal. Om geen voldongen feiten te creëren heeft de Vlaamse regering de finalisering van de bestuursakkoorden immers over de verkiezingen heen getild.

Ook al lijkt de interne staatshervorming een technocratisch verhaal en voor sommigen een ver-van-mijn-bedshow, de politieke en bestuurlijke impact is immens. De deputatie rekent ten stelligste op de nodige interesse en betrokkenheid vanuit deze raad en hoopt op een gedragen Limburgs standpunt.

En ja, misschien is het nodig enige bestuurlijke bescheidenheid aan de dag te leggen en resoluut te kiezen voor relevante taken en strategische projecten. Of uitgedrukt in beeldspraak gaat het om de volgende vragen.

  • Kiezen wij voor een provincie die veel blijft doen, dan dreigt de provincie een reus op kleine voeten te worden, die bij het minste obstakel uit balans zal zijn.
  • Kiezen wij daarentegen voor een afgeslankt takenpakket, dan kan de provincie zich de kwaliteiten van een bestuurlijke dreumes aanmeten: een grote wendbaarheid, krachtige vinnigheid en een groter uithoudingsvermogen.

In dit geval zal de provincie

  • als een efficiënt en transparant bestuur een hernieuwde positie in het bestuurlijk middenveld kunnen innemen
  • herkenbaar voor de bevolking
  • en sterk en relevant ten aanzien van de andere bestuurlijke niveaus, in het bijzonder ten aanzien van de gemeenten.

In deze piste kan de provincie excellereren in de toegemeten beleidsruimte en zich ontwikkelen als een kennis- en dienstverleningscentrum voor de gemeenten. Mijnheer de gouverneur, wij volgen uw visie waarbij het provinciebestuur, vanuit een vraaggestuurde aanpak, meer moet optreden als facilitator en ondersteuner. De focus moet hierbij liggen op bovenlokale thema’s en ondersteunende activiteiten ten behoeve van de Limburgse gemeenten en OCMW’s.

Doch is dit de enige toegevoegde waarde van de provincie als intermediair bestuursniveau? Het antwoord is "neen". De provincie zal nog een “eigen beleid” moeten voeren.
Welke bestuurlijke actor gaat anders in de toekomst de economische duurzame ontwikkeling, de ruimtelijke planning, het bovenlokaal milieu- en natuurbeleid, de toeristische vermarkting, de grensoverschrijdende samenwerking, het beheer van de Europese programma’s, zorgeconomie, Hospilim, de mobiliteitsdossiers, onderwijs en de fusie van hogescholen, de klimaatneutrale ambitie, enz… op Limburgs niveau regisseren en op deze terreinen actie ontwikkelen? Is de socio-economische sense of urgency niet van die aard dat een krachtige en vooral daadkrachtige provincie nodig blijft om het Limburgs relancebeleid de nodige dynamiek te geven?

Het antwoord is volmondig:  "JA".


Collega’s

De verslechterde economische omstandigheden en de golf van bedrijfsherstructureringen en -sluitingen hebben een grote impact op ons economisch weefsel, op het ondernemerschap en op de arbeidsmarkt. De aankondiging van de sluiting van Ford Genk is ongetwijfeld een pijnlijk dieptepunt.

Sta me toe enkele cijfers te noemen uit de recente impactstudie van UHasselt:

  • verlies van 11.759 banen waarvan 8.195 bij Ford en de toeleveranciers en 3.564 bij andere bedrijven
  • de werkloosheidsgraad stijgt hierdoor met 30 % van 6,8 % naar 8,8 % van de beroepsbevolking of van 7,83 % naar 11 % van de actieve bevolking
  • een daling van de Limburgse productiviteitsgroei met 10,9 %
  • welvaartsverlies van 644,1 miljoen euro in Limburg en 875 miljoen euro in Vlaanderen.

Gelet op bovenstaande impact is het evident dat Limburg kan, mag en moet rekenen op de steun van de hogere bestuursniveaus. Het is immers het gemeenschappelijk engagement van alle betrokken overheden en partners die in het verleden heeft gezorgd voor een geslaagde reconversie. De gekende Limburgse veerkracht wordt nu meer dan ooit op de proef gesteld en de interbestuurlijke krachtenbundeling tussen de Europese Commissie, de federale overheid en de Vlaamse Regering moet de Limburgs veer soepel houden.
Bij het begin van de legislatuur wensen wij nogmaals een appél te richten aan de Europese commissie om uit de Europese structuurfondsen en het Gloablisatiefonds voldoende Europese middelen voor Limburg vrij te maken. De federale regering moet deze vraag blijven uitzetten in het lopende debat van de Europese meerjarenbegroting.

Met de oprichting van de Taskforce en de expertenwerkgroep onder leiding van Prof. Herman Daems heeft de Vlaamse Regering zich alvast geëngageerd voor de opmaak van Strategisch Actieplan Limburg², afgekort SALK. Drie doelstellingen staan hierbij centraal:

  • het wegwerken van de gevolgen van de sluiting voor de getroffen werknemers van Ford en de toeleveranciers
  • het versterken van het economisch perspectief
  • het verhogen van de werkgelegenheid en van de werkzaamheidsgraad.

Vol verwachting zien wij eind januari 2013 het werkstuk tegemoet

De erkenning van Limburg als proeftuin voor het Nieuw Industrieel Beleid moet de transformatie van het Limburgs industrieel weefsel kracht bijzetten. De realisaties van de succesvolle Limburgovereenkomst vormen een stevig fundament om de Limburgse Fabriek van de Toekomst op te bouwen.

De gevraagde co-governance impliceert ook dat op provinciaal niveau politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid wordt genomen en een doelmatig relancebeleid wordt uitgestippeld. Wij mogen niet teren op een provinciale Calimero-houding. Meer dan ooit moeten wij, als garantie voor onze welvaart, zelf maatregelen nemen en acties uitwerken voor een competitieve duurzame speerpunteneconomie en voor het behoud en verbetering van de Limburgse levenskwaliteit.

Met de visietekst "Limburg 2.24" hebben wij alvast een sterk toekomstgericht en ambitieus kader voor politieke, economische, ruimtelijke, sociale en culturele keuzes. Hier kan de inspiratie gevonden worden om de kansen voor alle Limburgers op ondermeer werk, wonen, zorg en onderwijs te verhogen.


Collega’s

Deze provincie staat voor een historische uitdaging zonder voorgaande. De oude bestuurlijke gewaden dienen te worden afgeworpen en Limburg moet zich een nieuw maatpak aanmeten.

Doch dit zal niet voldoende zijn. Wij moeten een nieuwe provinciale cultuur van samenwerking en van bestuurlijke, politieke en maatschappelijke co-creatie realiseren om een krachtdadig antwoord op de dubbele historische uitdaging te formuleren.

Wij geloven rotsvast dat wij hierin kunnen slagen op voorwaarde dat wij in staat zijn

  • om de politieke overtuigingen te verenigen in één gemeenschappelijke Limburgse politieke ambitie
  • om de werkgevers- en werknemersorganisaties als partners mee te nemen in de realisatie van één gemeenschappelijke socio-economische agenda
  • om de Limburgse maatschappelijke verscheidenheid aan te wenden als meerwaarde voor de Limburgse toekomst
  • om elke Limburger te betrekken.

Hierbij hopen wij te kunnen rekenen op een competente, betrokken en oplossingsgerichte administratie.

Samen met deze raad wil de deputatie voluit gaan, voor nu en voor morgen.

Marc Vandeput
gedeputeerde

naar het online platform Limburg in cijfers
Adressenbestand
Budget

Nieuws

woensdag, 18 april 2018
Limburg Lezingen - Manuel Sintubin - Leven op een levende planeet - Lessen uit een geologisch verleden
Limburg lezingen nodigt op maandag 28 mei Manuel Sintubin uit.  In zijn lezing "Leven op een levende planeet - Lessen uit het geologisch verleden" bekijkt hij vanuit een aards...
donderdag, 08 maart 2018
Begijnhofsite
De UHasselt, stad Hasselt en de provincie Limburg hebben samen vier ontwerpteams aangeduid om een ontwerp uit te werken voor de herbestemming van de Begijnhofsite in Hasselt, meer bepaald "Tijdelijke...
donderdag, 22 februari 2018
Op 14 oktober 2018 trekken we allemaal naar de stembus. Of toch bijna allemaal. Veel mensen op hoge leeftijd kunnen zich moeilijk of niet naar het kiesbureau begeven. In de provincieraad van 21 februari...