De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder

Zevenhonderd plannen voor het Nieuwe Limburg

zaterdag, 20 april 2013

Na de sluiting van Ford Genk en het bijbehorende verlies van 10.000 banen moet een nieuw tijdperk op gang getrokken worden voor de Limburgse economie. Aan reconversieplannen ontbreekt het niet. De beleidsmakers in Brussel en Hasselt moeten tegen half mei kiezen tussen meer dan zevenhonderd projectvoorstellen.

Hasselt - Een uitgebreide groep van Vlaamse ministers en van Limburgse politici en sociale partners heeft zich gisteren andermaal over de uitvoering van het SALK gebogen. SALK is het jargon-letterwoord voor Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat.

Dat actieplan staat voor de tweede reconversie, met overheidsgeld, van de provincie Limburg. De eerste versie ging zowat 25 jaar geleden van start, bij de sluiting van de steenkoolmijnen. Nu moet het SALK de sluiting van Ford Genk helpen opvangen.

Op korte termijn - tegen pakweg 2015 - 2016 - worden 4.000 à 5.000 nieuwe jobs beloofd, op langere termijn nog eens zoveel. Een lange rij (gesubsidieerde) projecten moet daarvoor zorgen. Maar nu al is duidelijk dat die "planeconomie" ook beperkingen heeft en dat die belofte alleen haalbaar is als de globale economische groei in ons land (en ver daarbuiten) herneemt.

Geld voor het SALK is er al. De Vlaamse regering heeft eind maart beslist er 24 miljoen euro voor uit te trekken, plus 100 miljoen euro om het kapitaal van de bestaande Limburgse investeringsmaatschappij LRM te versterken.

Voorts kan er geput worden uit de enveloppe van 57 miljoen euro die de Vlaamse regering bestemd had als investeringssteun aan Ford Genk. De lokale overheden doen ook hun deel: 20 miljoen is afkomstig van de stad Genk en 50 miljoen van het provinciebestuur. Europa levert ook nog 66 miljoen, zodat het totale SALK-budget op dit moment al 317 miljoen euro bedraagt.

Tegen half mei moeten de beleidsmakers knopen doorhakken en beslissen welke projecten prioriteit krijgen - en dus geld - en welke niet.

Experts

Tot nog toe overheerst de eensgezindheid over het plan van aanpak, zowel lokaal als in "Brussel". In Limburg is het not done om openlijk kritiek te uiten. Het Tina-principe - there is no alternative - regeert en dus moeten de gelederen gesloten blijven. Het is geen toeval dat alle partijen, op Vlaams Belang en LDD na, mee aan tafel zitten.

Maar nu de toewijzing van de budgetten dichterbij komt en de eerste tegenslagen een feit zijn, neemt de spanning toe en wordt de onderhuids aanwezige concurrentie tussen Limburgers ook zichtbaar.

Van wrevel was nog geen sprake toen begin dit jaar het pad voor het SALK werd geëffend door een groep van twaalf experts onder leiding van professor Herman Daems. Zij hebben de troeven en handicaps van de Limburgse economie in kaart gebracht en de krijtlijnen getrokken voor de nieuwe reconversie.

De experts legden daarbij de focus op een hogere innovatiegedrevenheid en exportgerichtheid bij de bedrijven zelf, op een betere bedrijfsfinanciering, op meer (beroeps)opleiding en op grote infrastructuurwerken. Maar de rol van de experts, die nochtans veel lof kregen toegezwaaid, is helemaal uitgespeeld.

De politiek en de sociale partners zijn aan zet. In deTaskforce Limburg - achttien mannen en drie vrouwen sterk - nemen de Vlaamse regering en het provinciebestuur het voortouw. Het zal niet verbazen dat de twee Limburgers in de Vlaamse regering, Ingrid Lieten (SP.A) en Jo Vandeurzen (CD&V), er de kaarten delen. Zij werpen zich naar eigen zeggen "in Brussel op als spreekbuis voor Limburg, en omgekeerd".

Eén zaak staat vast: er komt geen speciale reconversiemanager. Die is niet nodig, luidt het. "We moeten de bestaande structuren gebruiken, zoals de LRM."

De rol van de Limburgse investeringsmaatschappij en van LRM-manager Stijn Bijnens wordt ongetwijfeld groot. Geen toeval, de LRM is al met ruim 200 miljoen euro risicokapitaal aanwezig in een tachtigtal Limburgse bedrijven en projecten. Dat LRM-aandeel in de lokale economie gaat nog met de helft toenemen.

Niemand weet of de LRM die schaalvergroting organisatorisch aan kan. En al helemaal niemand durft eraan te herinneren dat diezelfde LRM nauwelijks vijf jaar geleden bijna was opgedoekt door de Vlaamse minister-president Kris Peeters (CD&V). Pas na zwaar Limburgs protest zag Peeters ervan af om de LRM onder te brengen onder de koepel van de Vlaamse participatiemaatschappij PMV.

Jeugdspelers

Heel wat ondernemers kijken intussen argwanend naar de greep van de politiek op het gebeuren. Urbain Vandeurzen, een van Vlaanderens topondernemers en als geboren Opglabbekenaar lid van de SALK-expertgroep, doet een oproep om de ondernemers niet te vergeten.

"Hopelijk denken de politici er tijdig aan om de ondernemers, de mensen die het op het terrein gaan moeten doen, bij de economische vernieuwing te betrekken. De lokale ondernemers moeten gemobiliseerd en gemotiveerd worden. Vergelijk het vertrek van Ford met een voetbalploeg waar de grote buitenlandse transfers voorbij zijn en de eigen jeugdspelers het voortaan moeten waarmaken. Die jongeren hebben begeleiding nodig, maar ook ruimte en vertrouwen om hun eigen ding te doen. Economisch succes kun je niet decreteren, dat moet je door hard werken verdienen."

© Corelio