De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder

2013-11-08 Provinciebestuur plant bijkomende ruimte voor bedrijvigheid in Limburg

In uitvoering van het SALK-actieplan onderzoekt het provinciebestuur momenteel de mogelijkheden tot het inplannen van meer dan 280 ha aan bijkomende regionale bedrijventerreinen. De ruimte voor deze bijkomende bedrijventerreinen wordt eerste en vooral gezocht binnen de kleinstedelijke gebieden (KSG) en de economische knooppunten.

Voor het eerst wordt dergelijk onderzoek gevoerd op basis van een geautomatiseerd wetenschappelijk model.

Gedeputeerde voor Ruimtelijke Ordening en Planning Inge Moors: “De studie RUBELIM, 'Ruimte voor bedrijventerreinen  in Limburg' werd gemaakt door het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO). Op basis van een nieuw, geavanceerd computermodel onderzoekt zij percelen die in Limburg  in aanmerking komen voor bedrijventerreinen. Met deze nieuwe methodiek kunnen we objectiever en sneller nieuwe locaties zoeken en met elkaar vergelijken”.

Een wetenschappelijk onderbouwde ruimtelijke ontwikkeling

Het model verkent de potenties van terreinlocaties. In een eerste fase worden alle gekende wettelijke en ruimtelijke regels in rekening gebracht zodat alle mogelijke oplossingen beantwoorden aan de bindende bepalingen die gelden in de ruimtelijke planning. Dit zijn zogenaamde uitsluitende criteria. Zo worden bijvoorbeeld de stiltegebieden, overstromingsgebieden en gebieden horend tot het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) uitgesloten.

De overgebleven percelen worden in een tweede fase gescreend op vlak van een aantal geschiktheidsparameters. Afhankelijk van de waarde die men aan dergelijke parameter hecht, berekent het model een andere oplossing. Zo zal het model andere locaties voorstellen wanneer bijvoorbeeld de parameters “afstand tot dorpskern”, “landbouwgevoeligheid” en “aantal werklozen in de buurt” veranderen. In totaal worden een twintigtal dergelijke parameters automatisch verwerkt.

Tot slot wordt ook de mogelijkheden  tot ontsluiting (fiets, openbaar vervoer, weg, spoor, water, vrachtroutenetwerk, …) in rekening gebracht.

Gedeputeerde Inge Moors: “De studie RUBELIM  bevat een 5-tal scenario’s van waar toekomstige bedrijventerreinen kunnen komen te liggen.  De scenario’s verschillen naargelang de nadruk komt te liggen op vestigingen in de nabijheid van kenniscentra, logistiek, tewerkstelling of aangetaste landschappen”.

Vijf scenario’s

Door parametercombinaties te maken (zowel in parameter als in waarde) worden "scenario’s" ontwikkeld. Concreet werden 5 scenario’s berekend:

  1. In het scenario Omgeving wordt in sterke mate rekening gehouden met de (natuurlijke) omgeving voor het plaatsen van nieuwe bedrijventerreinen. Nieuwe bedrijventerreinen worden bijvoorbeeld meer gelokaliseerd in de buurt van vlak of reeds aangetast landschap. Locaties daarentegen die een belangrijke rol spelen voor het in standhouden van een goede landschappelijke of ecologische staat van het landschap en locaties die een groot belang hebben voor de landbouw, komen minder in aanmerking voor het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen.
  2. In het scenario Tewerkstelling wordt belang gehecht aan een goede locatie van de nieuwe bedrijventerreinen ten opzicht van de locatie van potentiële werknemers voor deze bedrijventerreinen. Zo wordt er bijvoorbeeld rekening gehouden met een voldoende hoge bevolkingsdichtheid in de nabije omgeving en aan een goede ontsluiting via het openbaar vervoer.
  3. In het scenario Logistiek wordt er van uitgegaan dat nieuwe bedrijventerreinen zich vestigen op locaties met een goede ontsluiting: zowel via de weg, als via het spoornetwerk en de waterwegen. Bovendien wordt er belang gehecht aan een goede toegang tot verschillende nutsvoorzieningen (elektriciteit, gasleidingen).
  4. Het scenario Logistiek+ volgt dezelfde vestigingslogica als in het scenario Logistiek, maar houdt daarbuiten ook nog rekening met de huidige spreiding van bedrijventerreinen in Limburg: gemeenten die momenteel een overaanbod aan bedrijventerreinen vertonen, zullen in mindere mate in aanmerking komen voor het plaatsen van nieuwe bedrijventerreinen.
  5. In het scenario Kenniscentra, ten slotte, wordt er uitgegaan van een vestigingslogica die eerder aanleunt bij die van researchparken in plaats van deze van typische industriegebieden. In dit scenario wordt er dus rekening gehouden met een goede locatie ten opzichte van bestaande dienstencentra en een goede ontsluiting door het openbaar vervoer.

De 5 scenario’s verschillen in het belang dat ze toekennen aan de verschillende ruimtelijke criteria voor het plaatsen van nieuwe bedrijventerreinen en kunnen dus aanleiding zijn tot een zeer verschillende ruimtelijke spreiding.

Gedeputeerde voor Ruimtelijke Ordening Inge Moors is tevreden over het eindrapport en licht toe wat de volgende stappen zijn: “Het eindrapport van de studie RUBELIM werd deze week door de deputatie goedgekeurd. De komende weken worden de kaarten gefinaliseerd. De deputatie zal een aantal beleidskeuzes inzake de gewenste ontwikkelingsscenario’s maken en ze zal in samenwerking met partners zoals de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Limburg (POM-Limburg) de nieuwe bedrijventerreinen prioriteren en in overleg gaan met de betrokken gemeenten. Vanaf begin volgend jaar zullen we met de provinciale SALK-middelen de planningsprocessen aanvatten.

Daarnaast zullen we deze nieuwe methodiek ook ter beschikking stellen van de lokale besturen, waardoor ook zij met een eenvoudige druk op de knop nieuwe zones voor lokale bedrijventerreinen kunnen  inventariseren om vervolgens een plannings- en ontwikkelingstraject aan te vatten.”

Lijst van Ruimtelijke Criteria

Uitsluitende criteria

  • Beschermde landschappen
  • Beschermingszones grondwaterwinningen
  • Contour Nationaal park Hoge Kempen
  • Geldende bestemmingen
  • Recreatiegebieden
  • VEN-gebieden
  • Ankerplaatsen
  • Natura2000 – Specials Beschermingszones (SBZ)
  • Open ruimte verbindingen
  • Overstromingsgevoelige gebieden
  • Stiltegebieden 

Geschiktheidscriteria

  • Aanbod beschikbare terreinen per gemeente
  • Afstand tot dorpskernen
  • Afstand tot stedelijke gebieden
  • Bevolkingsdichtheid in nabijheid
  • Ford werknemers in nabijheid 
  • Groene bestemmingen
  • Helling van terreinen 
  • Herbevestigd Agrarisch Gebied (HAG) 
  • Landbouwgevoeligheid 
  • Nabijheid commerciële en dienstencentra 
  • Nabijheid tot bestaande bedrijventerreinen 
  • Natuurverbindingen 
  • Signaalgebieden waterberging en -conservering 
  • Werklozen in nabijheid 
  • Afstand tot Ankerplaatsen 
  • Afstand tot Natura2000 – Specials Beschermingszones (SBZ)
  • Afstand tot Open ruimte verbindingen
  • Afstand tot Overstromingsgevoelige gebieden
  • Afstand tot Stiltegebieden

Ontsluitingsparameters

  • Afstand tot buslijnen
  • Afstand tot fietsroutenetwerk
  • Afstand tot gasleidingen
  • Afstand tot haltes openbaar vervoer
  • Afstand tot op- en afritten 
  • Afstand tot logistieke overslagpunten 
  • Afstand tot op- en afritten 
  • Afstand tot primaire wegen 
  • Afstand tot secundaire wegen 
  • Afstand tot spoorwegen 
  • Afstand tot transformatiestations 
  • Afstand tot vrachtroutenetwerk 
  • Afstand tot waterwegen