De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder

Ingrid Lieten en Jo Vandeurzen woordvoerders van Limburg in Brussel

woensdag, 21 november 2012

"Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Ook wij."

Brussel - "Jobcreatie in Limburg en het wegwerken van het werkloosheidssurplus als gevolg van de sluiting van Ford in Genk. Dat zal de factor zijn om na te gaan of het Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat is geslaagd." Dat zeggen Ingrid Lieten (sp.a) en Jo Vandeurzen (CD&V), de twee Limburgse ministers in de Vlaamse regering. "De Vlaamse regering onder leiding van Kris Peeters draagt in deze een zware eindverantwoordelijkheid. Maar het is aan ons om Brussel te blijven opjagen. Wij zullen de woordvoerder van Limburg in de Vlaamse regering zijn, en vice versa."

"Mooi kleedje", lacht Jo Vandeurzen als Ingrid Lieten arriveert. "Gij zegt toch altijd dat ik mijn vrouwelijke charmes meer moet uitspelen" glimlacht de Zonhovense, in haar outfit in slangenleren motief. "Ik heb vanochtend, na het joggen, nog in mijn eigen huis moeten inbreken", gaat Vandeurzen verder. "Er was niemand thuis en ik had geen sleutel. Gelukkig zorgden de buren voor een ladder zodat ik via een openstaand raam binnen kon. Pas op, de vorige keer dat dat gebeurde heb ik de brandweer moeten bellen. Maar schrijf dat nu niet in uw krant, hé."

Ruim drie jaar zitten ze nu al in de Vlaamse regering: Ingrid Lieten (48) als viceminister-president voor de sp.a en Jo Vandeurzen (54) voor CD&V als sterkhouder op Welzijn. Het is geen geheim dat deze twee Limburgse decisionmakers het op professioneel vlak goed met mekaar kunnen vinden. Dat blijkt ook uit dit dubbelinterview, naar aanleiding van de aangekondigde sluiting van de Fordfabriek in Genk.

Wat ging er door u heen toen die 24ste oktober hoorde dat Ford Genk zal sluiten?

Vandeurzen: "Wat gaat ons hier overkomen, dacht ik vol ongeloof. Bij de mijnsluitingen heb ik gemerkt welke impact zo'n beslissing heeft voor de mensen. Ook toen werd de samenleving helemaal door elkaar geschud."

Lieten: "De mijnsluitingen maakten van Limburg een sociaal-economisch kerkhof. Dat deprimerende negativisme dat er toen heerste, kwam terug naar boven. We hebben twintig jaar keihard gewerkt om dat achter ons te laten. Met succes. Nu worden we opnieuw zwaar teruggeslagen. Dat is erg, heel erg."

Ondermijnt dit drama de sociale cohesie in onze samenleving?

Vandeurzen: "Ik ben daarvan overtuigd, want buiten Ford zijn er ook vandaag heel wat mensen die hun job verliezen. Het is nu de taak van de overheden om onze jongeren en de getroffen gezinnen opnieuw perspectief te bieden, om hen te helpen om te gaan met deze zware klap."

Lieten: "We hebben Ford uitdrukkelijk gevraagd dat het zijn sociale verantwoordelijkheid zou opnemen, ook naar de mensen bij de toeleveringsbedrijven. Hetzelfde geldt voor de banken, al was onze eerste gesprek met die sector ontgoochelend. Ik verwacht meer engagement naar werknemers die een lening moeten afbetalen en het daar moeilijk mee krijgen omdat ze zonder job vallen."

Vandeurzen: "Voor de getroffen gezinnen zou het goed zijn een brug te leggen tussen de banken en de welzijnssector. Ik denk aan een samenwerkingsprotocol waarbij banken mensen doorverwijzen naar schuldbemiddeling enzovoort. Want met de sluiting van Ford Genk is de lat om in de armoede terecht te komen, lager komen te liggen."

Is de Vlaamse regering alert genoeg geweest?

Lieten: "Ja. Overheden én personeel hebben heel veel gedaan. De Vlaamse regering heeft 57 miljoen euro investeringssteun vrijgemaakt voor de ombouw van de productielijnen, plus innovatiesteun zodat op die lijnen ook hybride wagens gemaakt zouden kunnen worden. De federale regering kwam met 30 miljoen euro per jaar, voor allerhande kortingen en technische werkloosheid. De stad Genk heeft de belasting op drijfkracht afgeschaft, en ook het personeel heeft 12 procent ingeleverd. Het enige wat we niet zelf hebben kunnen doen, is goede modellen op de markt brengen en het wantrouwen bij de consument als gevolg van de crisis wegnemen."

Vandeurzen: "Elke keer dat er een vraag kwam van Ford, hebben we alles gedaan wat mogelijk was. Dat was zo tot de laatste vergadering, in september op het kabinet Peeters. Zelfs toen hadden we allemaal het gevoel dat er werkzekerheid was voor de zes volgend jaren, omdat Genk drie nieuwe modellen mocht bouwen."

Wat vinden jullie van de twaalf experten die de Vlaamse regering vrijdag officieel heeft aangesteld om Limburg te redden?

Beiden volmondig: "Een sterke ploeg."

Vandeurzen: "Het opzet was experten met autoriteit in dat team te krijgen. Alleen zo zal het "Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat" (SALK) een grote geloofwaardigheid krijgen. Trouwens, ik verwacht dat dat plan veelal voortbouwt op dingen die al in Limburg gestart zijn. Er bestaan geen 200 mirakeloplossingen. Wat niet wegneemt dat het actieplan wél voldoende concreet zal moeten zijn. Iedereen beseft dat."

Mevrouw Lieten, u bent voogdijminister van de Limburgse Reconversiemaatschappij LRM, heeft er zelfs gewerkt. Waarom krijgt Limburg geen reconversiemanager?

Lieten: "Omdat die vandaag niet nodig is. Na de mijnsluitingen is hier een heel reconversiebeleid ontwikkeld. Die structuren die daaruit zijn ontstaan, zijn er. We kunnen dus verder bouwen op experimenten die LRM en Limburg Sterk Merk (LSM), samen met de kennisinstellingen en andere actoren, al hebben opgezet. Maar we zullen die initiatieven in ICT, energie, automotive, cleantech, logistiek, enzovoort wel versneld moeten ontwikkelen. Want als we één zaak hebben geleerd van de hele Limburgse reconversie, is het wel dat we bijzonder kwetsbaar zijn als we afhangen van één groot bedrijf."

De expertengroep moet al tegen 31 januari zijn actieplan klaar hebben. Is dat wel mogelijk?

Vandeurzen: "Die datum geeft aan dat het heel snel moet gaan. Maar de ervaring in dat expertenteam maakt dat men niet van nul moet beginnen. Zo vind ik het belangrijk dat er ook autoriteiten inzake arbeidsmarktbeleid in die ploeg zitten. Er is een missmatch tussen het opleidingsaanbod en de vraag naar bepaalde jobs. Het Actieplan zal daarop moeten inspelen. Want hoe je het draait of keert, op het einde van de rit moeten er jobs zijn. Jobcreatie zal de factor zijn om over enkele jaren na te gaan of het SALK is geslaagd."

Lieten (knikt heftig): "Het werkloosheidssurplus in Limburg opnieuw wegwerken tot het Vlaamse gemiddelde wordt de grote uitdaging."

Om nieuwe banen te creëren, moeten onze bedrijven wel concurrentieel kunnen zijn met de buurlanden?

Lieten: "Arbeidskost, energiekost, mobiliteitskosten en het vergunningenbeleid zijn in deze belangrijke factoren. De overheid moet dus middelen ter beschikking stellen voor onze bedrijven. Maar eigenlijk zie ik twee grote zwaktes. Eén: onze bedrijven exporteren te weinig, zeker naar de grote groeimarkten zoals India en China. Twee: hoewel onze universiteiten en kennisinstellingen top zijn, zetten we die kennis te weinig in op nieuwe producten en diensten. Dit is nochtans erg belangrijk voor kmo's. Daarom is het belangrijk dat de overheid onze vele kmo's helpt om tijd vrij te maken voor innovatie, zodat ze de concurrentie voor kunnen blijven. In een kmo-regio als Limburg zijn op dit vlak dus extra inspanningen nodig."

U heeft het dan over de vele mooie bedrijven die in het Leuvense rond de KU Leuven zijn ontstaan. Moeten we dat in Limburg kopiëren?

Vandeurzen: "Dat gebeurt vandaag al voor een stuk. Het Wetenschapspark in Waterschei is een mooi voorbeeld. Ook de UHasselt zal zijn schouders onder het economische verhaal in Limburg moeten zetten. Gelukkig is er een goede samenwerking met de KU Leuven."

Lieten: "Kijk naar de Philips-site in Hasselt, waar vandaag meer mensen werken dan toen Philips er nog was."

Vandeurzen: "In de lopende federale begrotingsopmaak is het algemeen ondernemersklimaat en het concurrentievermogen van onze bedrijven een issue. Terecht. Ik begrijp dat ondernemers antwoorden willen. Alle overheden moeten zich afvragen hoe ze kunnen helpen. Ook Vlaanderen. Want ons vergunningenbeleid en de vele betwistingen daarover ondergraven het vertrouwen en de rechtszekerheid van onze ondernemers en van de hoofdkwartieren van multinationals."

Maar u zit in die Vlaamse regering. Al in 2004 klonk het luid dat er een eengemaakte bouw- en milieuvergunning moest komen. Wanneer wordt daar eindelijk werk van gemaakt?

Vandeurzen: "We zitten in een vergevorderd stadium. Vrijdag nog heeft de Vlaamse regering een beslissing genomen over de begeleiding van investeringsprojecten. Zo wordt er in elke provincie een Gewestelijke Stedenbouwkundige Vergunningscommissie opgericht. Zij formuleert in de formele adviesprocedure een geïntegreerd advies voor de haar voorgelegde dossiers. De commissie wordt samengesteld uit alle bevoegde adviesinstanties onder het voorzitterschap van de gouverneur. Die wordt een soort "turbomanager vergunningen" die bij problemen om bemiddeling op Vlaams niveau kan vragen. Hij moet zo de vergunningsbehandeling versnellen, door tot een geïntegreerde in plaats van tegenstrijdige adviezen te komen vanuit verschillende Vlaamse instanties."

Wie wordt de trekker op het terrein om het SALK te realiseren? En wie de controleur?

Lieten: "De Vlaamse regering onder leiding van Kris Peeters neemt de leiding. Bij vorige actieplannen zoals het Limburgplan heeft dat goed gewerkt, te meer omdat er ook tussentijdse evaluaties werden gehouden. Het voordeel is dat we deze werkwijze kennen, en dat iedereen, over de partijgrenzen heen, zijn rol hierin kan en wil spelen."

Vandeurzen: "Het draagvlak in deze provincie is groot. Ook de gouverneur en de deputatie zullen hun rol spelen, als een soort overlegplatform op Limburgs niveau."

Is er in dit verhaal ook een plaats voor de N-VA, die de verkiezingen van oktober won maar in de provincieraad wel in de oppositie zit?

Lieten: "Ja. De N-VA zit in de provincieraad in de oppositie, Open Vld zit daar op Vlaams niveau. Maar in de Taskforce die in Limburg zal worden opgericht om het SALK te begeleiden, te realiseren en op te volgen, zullen alle partijen evenwichtig vertegenwoordigd zijn."

Hoe zien jullie jullie rol in dit verhaal?

Vandeurzen: "Zorgen voor een goede afstemming tussen het federale, Vlaamse en provinciale niveau."

Lieten: "Het is aan ons om Brussel te blijven opjagen. Dat zijn we Limburg verplicht. Wij zullen de woordvoerder zijn van Limburg in Brussel, en vice versa (Vandeurzen knikt heftig eensgezind). De Vlaamse regering engageert zich en is de trekker, maar wij zullen in Brussel duidelijk maken wat hier leeft bij de mensen, bij de ondernemers en de vakbonden. Het mag zeker geen bureaucratische bedoening worden. Daar gaan we heel nauwgezet op toezien."

Gaan jullie extra acties ondernemen in jullie vakdomeinen?

Lieten: "Ik heb elke instelling en dienst onder mijn bevoegdheid al gevraagd wat ze nodig heeft om Limburg meer te kunnen helpen. Het gaat dan vooral over de LRM en het agentschap dat bezig is met innovatie. Iedereen moet van mij een tandje bijsteken om Limburg er bovenop te helpen."

Vandeurzen: "Eén: hulpverlening allerhande voor de getroffen werknemers. En twee: Met de vergrijzing zal er meer nood zijn aan zorg. Ook hier moeten we onderzoeken wat mogelijk is. Trouwens, met Lifesciences heeft Limburg daar al goed op ingezet."

Moet er, net zoals bij de mijnsluitingen, een extra enveloppe geld komen?

Vandeurzen: "Dat is appelen met peren vergelijken. De Kempense Steenkoolmijnen waren een staatsbedrijf, Ford is dat niet. Feit is wel dat de noodzakelijke relance van Limburg geld gaat kosten. Alle beschikbare middelen zullen moeten worden aangewend."

Lieten: "Zo is dat. Zolang Limburg een werkloosheidssurplus heeft ten opzichte van het Vlaams gemiddelde, zijn extra middelen nodig en gerechtvaardigd. En ja, we moeten ook durven kijken naar een herschikking van de middelen bij LRM, de stichting Limburg Sterk Merk (LSM), maar ook bij Nuhma, het Limburgse klimaatbedrijf van de Limburgse gemeenten. We zullen nu eenmaal prioriteiten moeten stellen."

Vandaag gebruikt elke Limburgse gemeente zijn Nuhma-dividend om te investeren op eigen grondgebied. Zeggen jullie nu dat die dividenden beter worden aangewend voor het SALK?

Vandeurzen: "Ik begrijp uiteraard dat de gemeenten als aandeelhouder van Nuhma rekenen op een stabiel jaarlijks dividend. Maar dat belet niet dat ook kan bekeken worden hoe Nuhma het SALK kan ondersteunen. Maar het zijn de 44 Limburgse gemeenten die zich als aandeelhouders van Nuhma daarover zullen moeten uitspreken."

Eric Donckier en Yves Lambrix

© Concentra