De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer info
Ga verder

2014-11-06 Duurzaam gebruik van dierlijke mest

donderdag, 06 november 2014

We onderscheiden in Limburg twee grote landbouwstreken. In het noorden van onze provincie vinden we vooral gespecialiseerde veehouderijen en in het zuiden van onze provincie domineren akkerbouw en fruitteeltbedrijven. Ondanks deze verschillen in specialisatie, is er een sterke verbondenheid tussen beide regio’s doordat dierlijke mest, als restproduct van de veehouderijen, gebruikt wordt als grond- en voedingstof voor de akkerbouw.
 
Jaarlijks wordt nu ongeveer 30.000 ton aan dierlijke mest getransporteerd van Noord- naar Zuid-Limburg. Gedeputeerde van Landbouw Inge Moors: "De doorgedreven specialisatie en intensivering zorgen er enerzijds voor dat de veehouderijen méér mest produceren waardoor meer afzetkanalen nodig zijn. De noodzaak om de concrete samenstelling van mest te kennen, alsook de onmiddellijke beschikbaarheid zorgen ervoor dat kunstmest aan populariteit wint bij akkerbouwers. Het SALK-project ‘Stimulering van een duurzame Limburgse land- en tuinbouw’ moet er voor zorgen dat dierlijk mest uit het Noorden op een duurzame en efficiënte wijze kan worden ingezet in het Zuiden. Dit is belangrijk voor de toekomstperspectieven van onze Limburgse veehouderijen en draagt indirect ook bij tot de verankering van de land- en tuinbouwsector in Limburg."
 
De Limburgse land- en tuinbouwsector kent een doorgedreven professionalisering en specialisering, gekenmerkt door het aanwezige bodemtype.
De veehouderijen in Noord-Limburg zorgen dat er veel dierlijk mest voorradig is in het noorden van de provincie. Jaarlijks wordt dan ook al ongeveer 30.000 ton aan dierlijke mest getransporteerd van Noord- naar Zuid-Limburg. Door het grote aandeel van de akkerbouwsector in Zuid-Limburg dient daar bovenop nog mest geïmporteerd te worden vanuit andere Vlaamse provincies.
 
De evolutie van schaalvergroting en intensivering zet zich verder waardoor de Noord-Limburgse veehouderijen steeds groter worden. Dit gaat gepaard met een toename van dierlijke mest. De toename aan mest en dus grotere vraag naar afzetkanalen, loopt niet op gelijke tred met een toename aan cultuurgrond. In het analyserapport van de Limburgse land- en tuinbouw, dat op vraag van gedeputeerde Moors werd gemaakt, wordt vastgesteld dat de oppervlakte cultuurgrond nagenoeg gelijk blijft of zelfs eerder afneemt.
 
“Deze evolutie zal ervoor zorgen dat dierlijke mest in de toekomst beperktere afzetmogelijkheden heeft waardoor de balans neigt over te hellen naar een mestoverschot. De exact gekende samenstelling en beschikbaarheid van kunstmest overtuigen akkerbouwers om voor dit alternatief te kiezen. De verstrengde mestwetgeving bevestigd akkerbouwers in hun keuze. Nochtans zijn er niet enkel economische maar ook niet onbelangrijke ecologische voordelen bij het gebruik van dierlijk mest,” aldus Moors.
 
Om in te spelen op deze factoren en ervoor te zorgen dat het afzetpotentieel van de mest uit Noord-Limburg maximaal wordt benut in het zuiden van de provincie, wordt het project "Stimulering van duurzame Limburgse land- en tuinbouw" opgestart. Binnen dit "mestproject" engageren de twee landbouwpraktijkcentra PIBO-Campus Tongeren en PVL Bocholt zich ertoe om een logistieke structuur voor mestverplaatsing met ingebouwde kwaliteitsgarantie op te zetten. De kwaliteitsgarantie is bedoeld om de mestafnemer precies te informeren over de hoeveelheid nutriënten die aanwezig is in de mest.

Mestafzet bevorderen en kwaliteitsgarantie bieden

Voor de akkerbouwer of tuinbouwer zijn er twee belangrijke elementen bij hun keuze voor mest: de samenstelling en de beschikbaarheid. In het geval van kunstmest kent de akkerbouwer of tuinbouwer de exacte samenstelling, wat hem de mogelijkheid geeft om exact te berekenen hoeveel mest hij moet toedienen. Bij dierlijke mest varieert het nutriëntgehalte naar gelang het type mest en dient de exacte samenstelling eerst geanalyseerd te worden. Ook de noodzaak van de akkerbouwer om op zeer korte termijn over een grote hoeveelheid mest te beschikken en voordelen van logistieke aard, zoals de eenvoudige opslag van kunstmest tegenover het complexe stockeren van dierlijke mest, bepalen mee de populariteit.
 
Om een mestoverschot in Noord-Limburg te vermijden en om een duurzame land- en tuinbouw te stimuleren werd een expertengroep samengesteld die belangrijk zal zijn om de slaagkansen van dit mestproject te maximaliseren. Het promotorschap wordt waargenomen door PVL in Bocholt, gespecialiseerd in de dierlijke sector en door Pibo-campus in Tongeren, gespecialiseerd in akkerbouw. De stuurgroep kwam vandaag voor het eerst officieel samen en kent vertegenwoordigers vanuit de Mestbank, de Bodemkundige Dienst van België, de Afdeling Duurzame LandbouwOntwikkeling, de Dienst Landbouw en Platteland van de provincie Limburg, en van de landbouworganisaties Boerenbond, VAC en ABS.
 
Coördinator van Pibo-Campus Dieter Cauffman: "Eerst zullen we vraag en aanbod van dierlijke mest grondig analyseren. Van hieruit zullen we ons dan toeleggen op het zoeken naar een geschikte vorm van samenwerking en de meest geschikte opslagmethode van dierlijke mest.". Luc Martens van PVL vult aan "Op basis van de input uit de eerste fase zal een pilootproject worden opgestart waarbij we mest van varkens en runderen zullen vermengen om een samenstelling te bekomen die afgestemd is op de behoeften van de teelt. De testcase zal vanaf januari 2015 voor een periode van een half jaar worden uitgevoerd en na evaluatie in 2016 worden herhaald. Na afloop van de pilot, wordt op basis van de eindevaluatie een plan van aanpak opgemaakt dat moet leiden tot bestendiging en opschaling van het concept."

Duurzame winsten

"Het mestproject wil vlottere afzetmogelijkheden voor dierlijke mest creëren  en in die zin toekomstperspectieven bieden aan de Limburgse veehouderijen. Het project moet bijgevolg bijdragen tot de verankering van de Limburgse land- en tuinbouw. Dit is positief voor de tewerkstelling en de groeikansen van bedrijven binnen de agrarische sector en binnen het ganse agrobusinesscomplex. Dat zijn doelstellingen die ook in het SALK sterk naar voor komen.", klinkt het bij gedeputeerde Inge Moors. Het analyserapport van de Limburgse land- en tuinbouw dat eind augustus werd voorgesteld, leert dat de primaire sector in Limburg bijna 8.000 mensen tewerkstelt. Het ganse agrobusinesscomplex, dus het geheel van toelevering, verwerking en handel, zorgt voor nog eens meer dan 12.500 arbeidsplaatsen. "De projectkost wordt gefinancierd vanuit de provinciale middelen gereserveerd voor SALK-projecten. Als de eerste pilots gunstig blijken is een totale projectsubsidie van 454.000,00 euro gereserveerd die ook voorziet in een duurzame opslagmethode voor dierlijke mest."
 
Gedeputeerde Moors benadrukt dat het duurzaam inzetten van dierlijke mest naast economische ook ecologische winsten genereerd. "Wanneer akkerbouwers meer dierlijke mest gaan accepteren, zal het gebruik van kunstmest dalen en worden de landbouwgronden meer verrijkt met organische koolstof. Het gevolg hiervan is een verminderde uitspoeling van meststoffen naar het oppervlaktewater hetgeen een gunstig effect op de bodem- en waterkwaliteit heeft en voor hogere opbrengsten zorgt. Limburg anticipeert met dit project op een strenger wordende milieuwetgeving en op de aankomende wijzigingen in het Mest Actie Plan of zogenaamde MAP5."